Drie behandeltips bij het werken aan conversatievaardigheden

door Anja Scheffer

Werken aan de pragmatiek is nog steeds een ondergeschoven kindje binnen de logopedie.

Logopedisten geven vaak aan dat ze zich handelingsverlegen voelen als ze aan de pragmatiek willen werken omdat er veel minder materiaal is dan bijvoorbeeld voor de spraak, zinsbouw of de woordenschat.

Die handelingsverlegenheid herken ik!


Toen ik in het cluster-2 onderwijs logopedist werd van een groep met heel veel kinderen met communicatieve problemen, zat ik met mijn handen in het haar.

Uit pure noodzaak ben ik me gaan verdiepen in deze problematiek en gaan experimenteren met werkvormen. En ik werd enthousiast en kreeg hart voor deze doelgroep.

De conversatievaardigheden zijn de gespreksvaardigheden en die kun je eigenlijk alleen maar kunt oefenen in een gesprekje. Deze gespreksvaardigheden zijn heel belangrijk voor een kind om te kunnen functioneren op thuis, op school en in hun sociale omgeving.

Ik geef je drie tips hoe je die conversatievaardigheden gericht kunt oefenen.

  1. Spreekinitiatief nemen
    Dit is voor kinderen met communicatieve problemen niet vanzelfsprekend. Het helpt deze kinderen als je benoemt wat je van hen verwacht. Ik gebruik daarvoor de Communikaart ‘een gesprekje beginnen’. Je kunt ook zelf een plaatje tekenen met een symbool voor spreekinitiatief nemen. Als het kind binnenkomt staat het plaatje op tafel. Ik vraag ouders van deze kinderen altijd om een foto, filmpje of voorwerp mee te nemen van iets waar het kind enthousiast over is. Dit helpt het kind om te vertellen.
  2. Vragen stellen en reageren
    Ik maak veel foto’s van bijzondere voorwerpen of opmerkelijke gebeurtenissen waarover ik iets kan vertellen. Bij de foto van de boomchirurg kun je met het kind vragen stellen oefenen of het reageren met korte woordjes zoals ‘oké’, ‘leuk’ en ‘wauw’. Met mijn foto’s help ik kinderen die niet zo makkelijk vertellen. Dit werkt enorm goed.
  3. Beurtwisseling in een gesprekje
    Voor sommige kinderen is het beurtnemen heel lastig maar er zijn ook kinderen die de beurt niet meer afstaan. Bij oudere kinderen noem ik dat vaak een spreekbeurt. Kinderen begrijpen dan direct wat ik bedoel. Om de beurtwisseling te oefenen heb ik kaartjes met diverse gespreksonderwerpen zoals Wat is je hobby, Wat is je lievelingseten of je lievelingsdier? Maar ik gebruik ook vaak coachkaartjes met prikkelende vragen waarbij ik vertel dat we er allebei iets over gaan vertellen. Voorbeelden van dergelijke vragen zijn: Waar ben je zuinig op? Of Wat vinden anderen leuk aan je?  Daarnaast heb ik twee Communikaarten op tafel staan in een blokje ‘Ik ben aan de beurt’ en ‘De ander is aan de beurt’. Door het blokje steeds te draaien maak ik heel visueel wie er aan de beurt is.

Ik wens je mooie gesprekjes toe in je behandeling!


Geïnspireerd door deze tips?

Meld je aan en ontvang Anja’s inventieve behandelideeën voortaan per mail.